Naar hoofdinhoud

Biblioloog: Transformerende ervaringen van zelf en tekst.

Verslag van het Symposium over Biblioloog, gehouden op 3 maart 2026 te Utrecht. 

Jij bent, jullie zijn… de centurio. Een half uur lang zijn we met dertig mensen vanuit het hele land, even onderdeel van het verhaal over Jezus die op afstand de slaaf van een centurio geneest. Omdat die gelooft. De Biblioloog die we uitvoeren onder leiding van Birte Papenhausen, brengt voor vrijwel iedereen nieuwe inzichten en ontdekkingen in dat verhaal. 

Ciska Stark, docent aan de PThU en zelf ook biblioloogbegeleider, leidt het symposium waarvoor we deze middag van 3 maart in Utrecht bij elkaar zijn. “Je voelt dat het werkt” zegt ze. “Door de tekst komt iets van Godswege dichtbij. Maar hoe kan dat? Dat Biblioloog zo relatief snel nieuwe inzichten ontsluit?” Op die vraag gaat prof. Annette Merz, hoogleraar Nieuwe Testament en Biblioloogtrainer, deze middag in.   

Allereerst vraagt ze zich af of we dit wel precies moeten willen weten. Gaan we dan niet de Geest weer ‘vastzetten’ in een methode? Gelukkig laat de Geest zich niet vastleggen, maar meer begrip van er gebeurt, kan helpen om als begeleider van de biblioloog bewuster te zijn van je mogelijkheden en je repertoire uit te breiden. Daarom duiken we er deze middag eens dieper in.  

Fundamenten van de methode 

Biblioloog gaat uit van een fundamenteel verschil tussen zwart vuur (wat er in de tekst zelf staat) en wat er tussen de regels door te vermoeden is (het witte vuur). De methode waarborgt de prioriteit van het zwarte vuur: de tekst wordt gelezen zoals die er staat. De vragen zijn vervolgens gericht op het witte vuur, ze wijzigen de tekst niet. Aan het eind wordt de tekst nog een keer helemaal voorgelezen. Dit onderscheid geeft handvatten om de integriteit van de tekst volop ruimte te geven – en tegelijk ook te realiseren dat er veel ‘grijs’ is. We lezen de tekst immers in vertaling, alleen al dat zorgt voor ‘grijs’, want er worden in die vertaling ook keuzes gemaakt. Veel woorden of concepten uit de tekst zijn niet te begrijpen zonder de sociaal-culturele context. Als je die context toelicht, is dat ook ‘donkergrijs’.  

Als je een tekst leest of hoort, verandert de tweedimensionele sequens van personages, gebeurtenissen en settings in een driedimensioneel gebeuren in ruimte en tijd. Luisteraars zien het in kleur voor zich, ervaringen, gevoelens en percepties spelen daarin een rol. Biblioloog is in feite een gezamenlijke systematische verkenning van de ruimte die door de tekst wordt opgeroepen: Shared reader response. De fundamenten die de methode zo krachtig maken, zijn: 

  1. Algemeen menselijke ervaringen die herkenbaar zijn en zorgen dat teksten als relevant worden ervaren (bijv. ziekte). Dat betreft vaak ook heel existentiële ervaringen en ervaring van het transcendente. Het belangrijkste middel in de biblioloog is identificatie met de personen in het verhaal. 
  2.  Openheid voor veel interpretaties – Biblioloog is ontstaan in een tijd waarin  aandacht kwam voor diversiteit van reader responsesin plaats van de gedachte dat er één 'ware’ interpretatie zou zijn.Dit is in lijn met de Joodse traditie die ook altijd uitgaat van vele betekenissen. Er zijn grenzen aan de interpretatie maar het potentieel is immens. Wantrouwen en vertrouwen jegens de tekst kunnen samengaan als ze gedragen worden door een nieuwsgierige houding die ervan uitgaat dat de tekst meer te zeggen heeft. 
  3. Interpretatie in een groep van gelijkwaardige deelnemers. De wijsheid van de groep wordt optimaal benut. Daardoor ontstaat een veelkleurig spectrum van betekenissen dat individuen nooit alleen zouden bereiken. Het onttrekt zich aan sociale druk: alles is ‘wenselijk’, je hebt toestemming om authentiek te zijn.  

Krachten die het interpretatieproces in beweging zetten 

In het tweede deel gaat Merz met concrete voorbeelden in op wat er precies gebeurt tijdens een biblioloog. 

  1. Leemtes opvullen: We vullen vanzelf alle onuitgesproken dingen in. Dat doen we via eigen ervaring en intuïtie, kennis uit sociaal-historische, feministische en postkoloniale bijbelwetenschap en narratieve of canonieke verbanden. De biblioloogbegeleider heeft hier een belangrijke rol in om die achtergronden goed aan te brengen met behulp van de Bijbelwetenschap. 
  2. Perspectiefwisseling door rolidentificatie: Dit is volgens Merz de krachtigste motor van nieuwe inzichten. Wanneer deelnemers in een rol stappen worden platte bijfiguren vanzelf rijke, ronde personages. Verborgen, vaak marginale perspectieven worden hoorbaar en de rollen in het tekstlandschap worden als het ware opnieuw gerangschikt.  
  3. Creatieve verbanden leggen: Deelnemers leggen spontaan onverwachte verbindingen tussen elementen in de tekst. Ook ontstaat een fysieke, belichaamde ervaring van de tekst. 
  4. Setting en symbolisch denken: Alles in een verhaal — voorwerpen, tijd, fysieke ruimte — kan symbool worden. Een indrukwekkend voorbeeld uit 2 Koningen 4:1–7 (de olie van de weduwe) laat zien hoe een student, sprekend als “de olie”, een diep maatschappelijk en existentieel inzicht aanboort: de pijn van een wereld die alles reduceert tot geldwaarde. 

Biblioloog werkt transformerend omdat het de Bijbeltekst opent tussen zwart vuur (letterlijke tekst) en wit vuur (onuitgesproken ruimte). Door gezamenlijke verbeelding, perspectiefwisseling en gelijkwaardige deelname ontstaat een veelkleurig veld van interpretaties. Narratieve kritiek helpt begrijpen hoe verhalen gestructureerd zijn, terwijl leemtes, rollen en symboliek nieuwe betekenislagen openen. De methode stimuleert zowel persoonlijke identificatie als kritisch, soms bevrijdend en ontmaskerend inzicht. Zo wordt biblioloog een dans van stemmen die de tekst telkens opnieuw tot leven brengt. De choreografie ligt vast maar de beweging varieert. 

De ideale lezer 

Na een korte pauze volgen reflecties op deze lezing door Beatrix Biró en Martin Boon. Beatrix Biró studeerde in 2024 aan de PThU af op een scriptie over Biblioloog. Zij vraagt zich af of de ideale lezer bestaat: is een deelnemer beter in Biblioloog naarmate hij of zij de tekst kent, verbanden ziet of achtergronden kent? Nee, zegt ze: bij biblioloog is de ideale lezer creatief, nieuwsgierig, misschien juist wel onbekend met de tekst of de setting, maar hij ontdekt de tekst van binnenuit. “Niet ideaal is het ideaal". Neurodiversiteit kan dus met deze methode ook juist heel mooi tot z'n recht komen. Als begeleider wijs je dus geen gebaande paden, maar druk je vertrouwen uit en stimuleer je nieuwsgierigheid om op te laten komen wat er opkomt. Dat houdt uiteindelijk de tekst levend.  

Niet zo zwart-wit 

Martin Boon, die een proefschrift schrijft over Bibliodrama en nu ook in opleiding is tot biblioloog trainer reageert op vier punten van de lezing van Merz. 

  1. Allereerst bevraagt hij het dominante beeld van het zwarte en witte vuur. Soms is het juist niet zo zwart-wit en vergt het de nodige hermeutische slagen om de tekst te laten spreken. Een ander beeld zou daar misschien meer recht aan doen, bijvoorbeeld dat van de dans; de dans met elkaar als groep; of de dans met de Bijbeltekst. Daarmee wordt de tekst zelf ook de beweging in getrokken, wat zeker voor ‘problematische’ teksten soms nodig is.  
  2. Vervolgens benoemt Boon de ‘macht’ van de begeleider. Je hebt invloed in hoe je inleidt, enroling doet, echoot… je bepaalt eigenlijk de speelruimte. Wat vraagt dat van een begeleider aan hermeneutische en exegetische kwaliteiten? 
  3. De derde vraag betreft de bijdrage van biblioloog aan exegese. Wanneer worden de inzichten die uit een biblioloog opkomen exegese? Is er expertise voor nodig of kan iedereen het? Kun je dit ook toepassen op niet-narratieve teksten? 
  4. Ten slotte suggereert Boon dat een nagesprek bij kan dragen aan de kwaliteit: het opdoen van inzichten vereist een goed geleid nagesprek. Daar kun je ook mee ondervangen dat teksten problematisch ervaren worden. 

Open 

In de bespreking die volgt, worden belang en mogelijkheden van een nagesprek ook wel weer ter discussie gesteld. Doe je daarmee niet juist de veiligheid en oordeelloosheid alsnog teniet? De rol in het verhaal geeft bescherming, je kunt dingen zeggen die je anders misschien niet zou (durven) zeggen. Ook doordat er geen discussie is. Dan moet in een nagesprek niet de mogelijkheid geboden worden om alsnog in discussie te gaan over bepaalde uitingen of alsnog de ene uiting als meer 'waar’ te accepteren dan de andere. Je moet je dus heel bewust zijn onder welke voorwaarden een nagesprek werkt.  

De deelnemers zijn enthousiast en onder de indruk van de open ruimte die biblioloog biedt om in contact te treden met het verhaal, wat je achtergrond of overtuiging ook is. Tegelijk vergt het ook veel sensitiviteit van de begeleider om die openheid te bieden en te behouden, alles oprecht en zonder waardeoordeel te echoën en ook mensen die secundair reageren, de gelegenheid te bieden.  

De vragen die er nog zijn, concentreren zich vooral rond het spanningsveld tussen biblioloog en exegese: wanneer wordt betekenisgeving exegese? Betekenisgeving kan alles dragen, maar kan exegese dat ook? Wat zijn de grenzen aan interpretatie? Waar liggen die en wie bepaalt ze dan? Vragen waar we gemakkelijk nog een extra middag over door zouden kunnen praten. We hopen dat ook nog eens te doen, in een vervolg op deze mooie middag.